U wist dat het nodig was en u deed het gewoon. Een mooie, weloverwogen uitspraak die ruimte geeft aan kinderen, hoe heftig de uitspraak voor één van de ouders ook is. Ruimte, daar draait alles om. Ruimte om veilig op te groeien, alle kanten op. Jouw kant op. Ruimte om van je vader én je moeder te mogen houden. Ruimte om te mogen zijn wie je bent. Ruimte die je in mag nemen, gewoon omdat je er bent. Zonder angst. Zorgeloos. Zonder druk.
Geen druk ervaren Is ook ruimte.

Als je zoals ik, iedere dag stukken leest en met ouders en hulpverleners praat over het lot van kinderen wordt het je weleens teveel. ‘Inmiddels heeft Klaasje een ongespecificeerde trauma- of stressgerelateerde stoornis en Antje leidt aan hechtingsproblematiek die zo ernstig is dat ze, ondanks haar intelligentie, naar het speciaal onderwijs moet. Antje vertrouwt niemand meer. Beide kinderen hebben zodanige last van de situatie tussen hun ouders dat de situatie voor hen onhoudbaar is geworden’. Of: ’De minderjarige spreekt over een gevoel van eenzaamheid waarmee ze niet op een andere manier om kan gaan dan door zichzelf pijn te doen.’

Eerlijk gezegd kan ik er helemaal niet tegen. Ik moet regelmatig bij lezing van dit soort stukken mijn tranen wegslikken. Ik zie met lede ogen aan hoe we toestaan dat kinderen soms jarenlang onder de druk van vaak één strijdende ouder worden gemaakt tot een schim van wie ze hadden kunnen zijn. Ze ontwikkelen persoonlijkheidsproblematiek waar wij, want we stonden er wel bij, ze niet voor behoeden. Is dat onze taak? ‘Nee’, zeggen rechters en jeugdbeschermers vaak. ‘Het is de verantwoordelijkheid van ouders zelf’. Maar zijn we niet allemaal verantwoordelijk als we erbij blijven staan en niets doen?

Uw antwoord daarop was volmondig ‘ja’. U greep in. Niet over vijf jaar wanneer het leed al ruimschoots is geschiedt, maar binnen een jaar. U gaf ouders de kans het beter te doen, hulp te zoeken. En zo niet, zo waarschuwde u, dan was de ouder die de kinderen niet beïnvloedde en hen niet onder druk zette, de aangewezen persoon de kinderen grotendeels op te voeden. U voegde de daad ook bij het woord.

Dank. Namens een angstige moeder die haar kinderen niet alleen beschermen kon, namens een advocaat die haar tranen (van geluk) dit keer niet kon bedwingen, maar vooral ook namens Antje en Klaasje die een zee van ruimte krijgen. En ruimte… ruimte dat is alles als je nog zo klein bent. Je hebt het nodig om te leven, om te spelen, om voluit te ademen.

Je hebt het nodig om te groeien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 

Als ik een toga zie op tv, zet ik het geluid net ietsje harder aan. Daar zag ik u. Op het journaal. U sprak over de strafbaarheid van het heimelijk afdoen van een condoom tijdens seks. U bepleitte dat dit strafbaar is en dat het gekwalificeerd moet worden als verkrachting. Ik wist niet wat ik hoorde. Nog voor de wetswijziging een feit is! Ik keek het nog eens terug en het was toch echt zo. Het raakte me.

Jaren geleden stond ik een jonge vrouw bij die precies dit was overkomen. Ze raakte ongewenst zwanger en kreeg het kindje. De vader wilde niks van moeder of kind weten. Een paar jaar later kwam vader toch in beeld en kwam hij op een hele nare manier zijn recht halen op gezag en omgang.

Moeder wilde niks. Was bang voor de vader en vertelde haar verhaal. Hoe kwetsend het voor haar was geweest en dat het als geweld had gevoeld. Lang verhaal kort: het gezag en de omgang kwam er. Ik zal nooit vergeten dat de rechter tijdens de zitting tegen cliënte zei dat als ze met meneer geen kinderen wilde, ze geen gemeenschap met hem had moeten hebben. Ik heb me zelden zo geschaamd.

En nu, nu zie ik u op tv. Stealthing, want zo heet het, ten diepste veroordelen. Het als seksueel geweld kwalificeren. In uw toga. En dan is het echt.
Of de rechtbank u zal volgen weet ik niet. Ik hoop het. Het belangrijkste is: de eerste stap is gezet. Het debat is geopend. Wat mijn cliënte meemaakte was zonder meer geweld.

De laatste jaren is er veel gebeurd op het gebied van seksueel- en huiselijk geweld. Voorbeelden zijn de strafbaarstelling van wraakporno en vorig jaar nog een veroordeling voor kindermishandeling waarbij het kind niet zelf wordt mishandeld maar aanwezig is tijdens de mishandeling van zijn moeder. Dat zijn grote stappen vooruit.

De principiële keuzes die u en uw collega’s maken hebben ook grote gevolgen voor ons werkzaam in het familierecht. Gedrag strafbaar stellen en de aandacht daarvoor leidt voor ons tot het eenvoudiger aantonen van de ernst van gedragingen en het beter beschermen van slachtoffers en hun kinderen achter hun voordeur ná de strafbare gedragingen. Er is daar nog heel veel winst te behalen. We begrijpen nog lang niet altijd even goed wat geweld is. U legde dat deze week nog eens helder uit. Dank daarvoor.

 

 

 

 

 
 
 

Gisteren deelde ik een stukje over een voor mij bijzondere dag deze week waar ik, ook al ken ik het onderwerp van haver tot gort, toch weer veel leerde over intieme terreur / dwingende controle. Ook na 15 jaar en honderden huiselijk geweld zaken verder, leer ik nog altijd bij. Denken dat je, om welke reden dan ook, de waarheid in pacht hebt, is onverstandig.

Vandaag werd ik er op geattendeerd dat een uitspraak over dit onderwerp waarin ik zelf als advocaat optrad, gisteren is gepubliceerd. Hierin heeft het gerechtshof (onder andere) het gezamenlijk gezag beëindigd en tevens de vader het recht op omgang ontzegd. Het is niet mijn gewoonte ‘eigen’ uitspraken te delen, maar gezien de vele reacties gisteren is het wel passend en geeft het wellicht ook wat hoop aan iedereen die dit nodig heeft. Hier is de uitspraak van het gerechtshof te vinden: https://lnkd.in/ePkmA4t3

Interessant is zeker ook de uitspraak in dezelfde zaak bij de rechtbank: https://lnkd.in/eBMM9_wf
Lees vooral ook het afwijkende standpunt van de jeugdbescherming en de raad voor de kinderbescherming. Soms is het voor mij onbegrijpelijk dat de ernst van gewelddadig gedrag en het effect hiervan op kinderen op de korte én lange termijn niet altijd wordt ingezien.

Overeind blijft dat het lastig is om deze vorm van geweld te doorzien en te bewijzen. Een strafrechtelijke veroordeling helpt dan, maar is in het familierecht niet zaligmakend. Wat helpt is claims van ernstig psychisch geweld heel goed te onderzoeken. Door politie, OM, jeugdbescherming, hulpverlening, Veilig Thuis, de raad voor de kinderbescherming, de advocatuur én de rechterlijke macht. Vrouwen, mannen, en ook kinderen hebben het recht te leven zonder angst. Tijdens, en ook na het verbreken van een relatie. We zouden daarin (heel) veel meer kunnen doen.
Liever vandaag nog dan morgen.

(Ik kan uiteraard geen nadere toelichting geven op de beschikking noch meer details delen over deze zaak. Hier om vragen heeft geen zin).

 

 

 
 
 

‘Je gaat heel blij worden’ riep mijn collega opgewonden door de telefoon. ‘Fijn, maar hoezo?’ ‘Er is een uitspraak in de zaak van meneer X.’ Ik werd inderdaad heel blij. Mijn cliënt kreeg precies wat hij had gevraagd. Toch knaagde het behoorlijk toen ik even later uw uitspraak las.

Ik las het gevreesde ‘ouders’ terug. U legde de verantwoordelijkheid voor de afschuwelijke situatie voor een meisje niet waar die moest liggen, bij moeder, maar bij beide ouders. En hoe meer ik las, hoe meer buikpijn ik kreeg. ‘Ouders hebben de mogelijkheid en de verantwoordelijkheid de situatie die is ontstaan voor de minderjarige te stoppen’.

Ik weet, en u ook gezien uw beslissing, dat moeder in deze het probleem is. Ze geeft haar kind allesbehalve de mogelijkheid om vrijelijk van haar vader te houden. Dat is overduidelijk. Niet alleen vader en de hulpverlening maken daar gewag van, het blijkt ook onomwonden uit het gedrag van het meisje zelf.

Vader vond het, ondanks het feit dat de situatie drastisch in zijn voordeel verandert, ook best lastig uw woorden te lezen. Hij begreep het niet en in een rechterlijke uitspraak medeverantwoordelijk te worden gehouden voor de pijnlijke situatie waarin zijn dochter zich bevond was in zijn ogen onrechtvaardig. Ik kon niet anders dan het met hem eens zijn. Ik begreep het ook niet.

Toen ik de volgende dag opstond had ik nog de nasmaak van uw uitspraak in mijn mond. Ik vroeg me af of de woorden van mijn cliënt nog nadreunden of dat het mijn ego was dat in de weg zat. Ik had hard gewerkt aan de stukken om u uit te leggen wat er gaande was en in tegenstelling tot wat ik gebruikelijk aan argumenten terugvind in een beslissing, was daar nu geen spoor van te bekennen. Had ik het dan toch verkeerd gezien?

Vaak vraag ik rechters om naar details te kijken om te snappen wat er tussen ouders gebeurd. Nu moest ik zelf terug naar de stukken om te kunnen begrijpen waarom u schreef wat u schreef. Al lezende begon ik het te begrijpen. Dit meisje kreeg via haar moeder alle processtukken voorgeschoteld. U ging er (denk ik) vanuit dat dit ook nu zou gebeuren. Als u moeder alleen verantwoordelijk zou houden zou dit meisje zich mogelijk zelf schuldig gaan voelen omdat ze lange tijd in woord en daad een verlengstuk van haar moeder was geweest.

De gedachte dat u de ingewikkelde dynamiek waarin dit meisje zich bevond zó goed had begrepen raakte me diep.
Soms is het best jammer dat ik u niet even kan bellen om te vragen of ík het goed heb begrepen. Of om te zeggen hoe ontroerend mooi het is wat u voor dit meisje deed.

 
 
 

39 rechters/raadsheren
24 procedures, 27 beschikkingen
2 raadsonderzoeken
1 NIFP onderzoek
7 hulpverleningsorganisaties
25 hulpverleners
1 jeugdbeschermingsorganisatie
5 jeugdbeschermers
7 advocaten
1,5 meter dossier
36 toevoegingen
22 plannen
15 evaluaties

Een ontluisterende opsomming uit één enkel dossier over één jongetje.

De balans opmakend lees ik opnieuw het eerste raadsonderzoek. Conclusie: er is in al die jaren niets verandert. De ongelooflijke reeks beschikkingen en hulpverleningsplannen laat maar één ding zien: een schrijnend gebrek aan keuzes maken en knopen doorhakken.

Het belang van dit jongetje, een fijne ongestoorde jeugd waarin hij zich ten volle heeft kunnen ontwikkelen, heeft niet plaatsgevonden. We stonden erbij en keken ernaar. Overigens ben ik overtuigd van de goede bedoelingen van iedereen betrokken. Toch heeft dat niet voorkomen dat dit kind in deze bizarre werkelijkheid heeft geleefd.

Hij heeft tientallen gesprekken gevoerd, met steeds opnieuw dezelfde boodschap: ‘ik hou van mama en van papa’. Zeven jaar lang was er geen verbetering. Achteraf bezien hadden we al veel eerder de balans op moeten maken. Hem perspectief moeten bieden. Tegen ouders moeten zeggen: óf u komt eruit óf we gaan het juridisch zo inrichten dat uw zoon geen last meer heeft van u als ouders.

Het accepteren van zeven jaar wachtstand en emotionele belasting is volstrekt onaanvaardbaar. Voor kinderen, voor ouders, maar ook voor ons als maatschappij. Het wordt tijd voor tijdig (en diepgaand) onderzoek, moeilijke keuzes maken en uiteindelijk antwoord geven op de vraag: wie is de minst belastende ouder?

 
 
 

Soms krijg je een attentie van een cliënt die tevreden is. Niet nodig, maar het wordt door mij uiteraard erg gewaardeerd. Vandaag kwamen twee ouders mij een doosje met taartjes brengen. Ze kregen gisteren het oordeel dat de rechtbank de verlenging van de ondertoezichtstelling van hun kindje had afgewezen. Zelden twee cliënten zo blij gezien.

Hun kindje was kort na de bevalling uit huis geplaatst. In mijn ogen alleen omdat beide ouders (licht) verstandelijk beperkt zijn. Ze kregen niet de kans hun kindje te verzorgen op basis van vooroordelen. Twee weken later zette de rechtbank dit recht door het kindje per direct weer terug te plaatsen bij ouders. Dat was al een heel groot feest. De ondertoezichtstelling bleef, en daar verzetten ouders zich ook niet tegen.

Inmiddels is het kindje 6 maanden oud en gaat het prima met wat hulp. Jeugdzorg wilde ‘voor de zekerheid’ toch de ondertoezichtstelling verlengen. Gelukkig is een ondertoezichtstelling daar niet voor. Dat vond de rechtbank ook. Een beetje ouder weet immers dat je als ouder geen zekerheid hebt. Ook niet als je geen extra uitdagingen hebt op medisch gebied. Ook dan maak je fouten en doe je het niet altijd goed. Dat hoeft ook helemaal niet. De rechter verwoordde tijdens de zitting prachtig hoeveel vertrouwen ze had in deze ouders. Ouders moesten beiden huilen van opluchting en trots. Zelden zag ik ouders zo groeien in hun rol.

Soms gaan er stemmen op (en het gebeurt ook in de praktijk) dat bij jongeren met een verstandelijke beperking preventief aan geboortebeperking zou moeten worden gedaan omdat ze niet voor een kind zouden kunnen zorgen. Daarmee zou je uithuisplaatsing van kinderen kunnen voorkomen. Hoewel ik de wens snap, vind ik het ook een heel kwalijke en gevaarlijke ontwikkeling die een zware inbreuk maakt op een heel belangrijk mensenrecht. Soms gaat het inderdaad niet goed en is geboortebeperking de enige oplossing. Maar soms, zoals in dit geval, kunnen ouders dit wel en is het prachtig om te zien met hoeveel aandacht en inzet dit gepaard gaat.

Ik denk wel eens dat we teveel perfectie willen. Zowel van kinderen als van ouders. Raar eigenlijk, ik ben ze namelijk nog niet tegengekomen, die perfecte ouders. Ook niet in mijn eigen omgeving. Ik prijs me daar gelukkig mee. Mijn cliënten zullen hun leven lang tegen de vooroordelen moeten opboksen die we als maatschappij hebben over mensen met een beperking. Dat maakt hun opdracht als ouder een stuk lastiger dan die van mij.

 
 
 

U hoorde mijn klacht aan het adres van de strafkamer met gemengde gevoelens aan. Het oordeel dat mijn cliënte in het strafvonnis van haar ex moest lezen dat ‘het hof zich niet aan de indruk kon onttrekken dat haar wellicht ook iets te verwijten viel, nu verdachte zijn zoon lange tijd niet had gezien’ was haar zwaar gevallen. Ik zette in mijn pleidooi uiteen wat de gevolgen waren geweest en merkte dat mijn eigen boosheid over het vonnis mijn woordkeus enigszins bepaalde.

U begreep mijn klacht en vuurde plots een groot aantal vragen op de ex af. Waarom hij door bleef gaan met dreigen, waarom hij foto’s van haar gebruikte, waarom hij zonder aankondiging op de school van zijn zoontje was verschenen alwaar hij door politieagenten moest worden verwijderd, daarmee de kleuters de schrik van hun leven bezorgend. De raadsheer vroeg of hij zich voor kon stellen dat dit voor zijn ex-vrouw en zoontje heel naar was. ‘Probeert u zich eens in haar te verplaatsen’ zei u.

Terwijl haar ex zich in bochten wrong en zich uiteindelijk ronduit respectloos richting u gedroeg, keek ik even opzij naar mijn cliënte die zachtjes naast me zat te huilen. Het ontroerde me omdat ze altijd, bij elke procedure, stoïcijns en met een strak gezicht naast me had gezeten. Toen we de rechtszaal uitliepen knikte ik even naar u, omdat u de omissie van de strafkamer voor mijn cliënte zo prachtig had recht gezet. U knikte terug. Een mooi gebaar.

Mijn cliënte liep met opgeheven hoofd de rechtszaal uit. Haar ex boos achterlatend. Hij intimideerde ons nog even door te lachen en haar openlijk te filmen terwijl we weg liepen. Het deerde haar niet meer. Haar ogen straalden terwijl ze zei: ‘hij snapte het… eindelijk’. Ze doelde daarmee op u. U had het, zoals zij het beleefde, voor haar opgenomen. Het ging plotseling, en voor de eerste keer, over haar. Over wat zij en haar zoontje hadden meegemaakt.

Het is een bijzonder vak, rechter of raadsheer zijn. Het luistert nauw wat u in een vonnis of beschikking opneemt. Een terloopse zin kan zomaar een heel eigen leven gaan leiden in het leven van betrokkenen. Het was mooi dat u de handschoen die ik u toewierp zo barmhartig oppakte. U had immers maar één taak. De extra taak die u uzelf toe-eigende vervulde u glansrijk. Grote kans dat mijn cliënte u en die dag nooit meer zal vergeten.

 
 
 

‘Het hof kan zich niet aan de indruk onttrekken dat het slachtoffer wellicht ook iets te verwijten valt nu verdachte zijn zoon lange tijd niet heeft gezien’ schreef u bijna terloops in uw strafvonnis.

U veroordeelde de ex van mijn cliënte in datzelfde vonnis voor huiselijk geweld, bedreiging en stalking. U veroordeelde met uw opmerking ook haar, het slachtoffer van dat geweld.

De reden dat ik u schrijf is dat úw woorden er meer dan andere woorden toe doen. De zin is na het verschijnen van uw vonnis al vaak misbruikt. Door de ex, die bleef herhalen dat cliënte iets te verwijten viel. Dat had het hof gezegd en dus was het ook haar eigen schuld. En door de jeugdbeschermer om haar te overreden mee te werken aan gesprekken met de nog immer dreigende ex.

Wat u ter zitting niet werd verteld, is dat cliënte meerdere malen de omgang tussen de verdachte en hun zoon opstartte. Dat werd door uw collega’s bij de rechtbank terecht stopgezet omdat hij steeds opnieuw zijn zoon gebruikte om cliënte te bedreigen.

Het kwalijke van uw terloopse zin was dat u een oordeel velde óver haar zonder te beschikken over enige informatie ván haar. U had haar niet gesproken en niet gezien. U oordeelde op basis van wat de verdachte u had verteld. En hoe goed bedoeld uw opmerking ongetwijfeld was, hij was volstrekt ongepast.

Cliënte stond niet terecht, u vroeg haar niet te getuigen, ze kon zich niet verweren en toch had u uw (voor)oordeel klaar. Zij was plots, zomaar uit het niets, zonder te zijn aangeklaagd, ook een beetje ‘schuldig’ bevonden.