De ex-man van een cliënte zit eindelijk, na jaren zijn straf uit. Hij mishandelde haar jarenlang en kreeg daarvoor maar liefst 24 maanden gevangenisstraf. Best een unicum in mijn praktijk. Doorgaans heeft dit soort gedrag nauwelijks consequenties.

Hun zoontje vertelde op school, en later bij de politie, het afschuwelijke verhaal van hun gezin. Over de keren dat hij zijn moeder had horen huilen en schreeuwen. Over hoe zijn vader met een mes dreigde. Over hoe hij zijn broertjes beschermde tegen het geweld. Over hoe hij zelf het geweld had ondergaan. De politie greep adequaat in en dit was het resultaat.

Vorige week sprak ik dit dappere jongetje, inmiddels jongvolwassen. Zijn moeder had gezegd dat hij mij kon bellen. Hij had wat vragen. Ik hoorde zijn hartverscheurende vragen aan. ‘Hoe lang moest zijn vader in de gevangenis blijven?’ ‘Waarom was zijn moeder bij zijn vader gebleven?’ ‘Was het ergens ook niet haar schuld’ ‘Was het ook misschien zijn schuld dat dit gebeurd was?’ ‘Had hij het kunnen voorkomen ?’ ‘Hoe erg was het eigenlijk?’ Wat moest hij met zijn vader nu?’ ‘Moest hij hem ooit weer willen zien?’

Ik struikelde in mijn hoofd al snel over de leegheid van de antwoorden die ik probeerde te formuleren. Zijn vragen waren simpelweg te groot en mijn antwoorden te klein. Ik verzekerde hem dat hij geen enkele schuld had aan wat er gebeurd was en vroeg hem of het goed was dat ik hem de volgende dag terug zou bellen. Dat vond hij goed.

Na een nachtje piekeren bedacht ik me dat hij me eigenlijk had gevraagd op wie hij nu boos zou moeten zijn. Een best rare vraag, aangezien niet alleen de rechtbank, maar ook het gerechtshof en de Hoge Raad zijn gewelddadige vader hadden aangewezen. Dit jongetje had de misdaden van zijn vader met eigen ogen gezien, gehoord en gevoeld. Toch had hij deze vragen. Ik bedacht me hoe groot de loyaliteit van dit jongetje richting zijn vader moest zijn. Ik bracht hem in contact met iemand die hem beter kon helpen dan ik. Ik zei hem dat ie me altijd mocht bellen als ie nog vragen had of hulp nodig had.

Ik zeg als advocaat heel vaak tegen strijdende ouders in een echtscheiding dat als je tegen je kind kwaad spreekt over de andere ouder, je in feite ook kwaad spreekt over je kind. Ik vertel ze hoe belangrijk het is dat je kinderen niet in een loyaliteitsconflict brengt omdat dit schade toebrengt aan hun identiteit. Je verandert wie ze zijn. De loyaliteit van kinderen naar hun ouders toe is heel groot.

Pas nu besef ik echt hoe groot.

 
 
 

‘Het hof kan zich niet aan de indruk onttrekken dat het slachtoffer wellicht ook iets te verwijten valt nu verdachte zijn zoon lange tijd niet heeft gezien’ schreef u bijna terloops in uw strafvonnis.

U veroordeelde de ex van mijn cliënte in datzelfde vonnis voor huiselijk geweld, bedreiging en stalking. U veroordeelde met uw opmerking ook haar, het slachtoffer van dat geweld.

De reden dat ik u schrijf is dat úw woorden er meer dan andere woorden toe doen. De zin is na het verschijnen van uw vonnis al vaak misbruikt. Door de ex, die bleef herhalen dat cliënte iets te verwijten viel. Dat had het hof gezegd en dus was het ook haar eigen schuld. En door de jeugdbeschermer om haar te overreden mee te werken aan gesprekken met de nog immer dreigende ex.

Wat u ter zitting niet werd verteld, is dat cliënte meerdere malen de omgang tussen de verdachte en hun zoon opstartte. Dat werd door uw collega’s bij de rechtbank terecht stopgezet omdat hij steeds opnieuw zijn zoon gebruikte om cliënte te bedreigen.

Het kwalijke van uw terloopse zin was dat u een oordeel velde óver haar zonder te beschikken over enige informatie ván haar. U had haar niet gesproken en niet gezien. U oordeelde op basis van wat de verdachte u had verteld. En hoe goed bedoeld uw opmerking ongetwijfeld was, hij was volstrekt ongepast.

Cliënte stond niet terecht, u vroeg haar niet te getuigen, ze kon zich niet verweren en toch had u uw (voor)oordeel klaar. Zij was plots, zomaar uit het niets, zonder te zijn aangeklaagd, ook een beetje ‘schuldig’ bevonden.