Het is alweer zo’n 12 jaar geleden dat ik bij Jeroen Dijsselbloem, toen nog kamerlid voor de PvdA, in Den Haag was om te pleiten voor het standaard toevoegen van een advocaat bij de uithuisplaatsing van kinderen. Hij had een paar jaar daarvoor onderzoek gedaan naar de jeugdzorg en vriendin Annemarie Gevaerts had me geïntroduceerd. Jeroen was heel aardig en geïnteresseerd en vroeg me een memo te schrijven waarom het nodig was en waar en hoe dit in de wet zou moeten worden vastgelegd. Ik schreef een uitgebreide memo en Jeroen werd minister van Financiën. Zo gaat het soms. De memo verdween in een la of in de prullenbak.

Op 1 oktober aanstaande is het dan toch zover. De gratis bijstand van een advocaat bij uithuisplaatsing en gezagsbeëindiging komt er. Rechters sorteren al voor op deze regeling wanneer ze vinden dat ouders onvoldoende zelf hun belangen kunnen behartigen door dan ambtshalve een advocaat toe te voegen. Het is een mooie ontwikkeling die zorgt dat kwetsbare ouders een betere rechtsbescherming krijgen. Eind goed, al goed.

Toch heb ik nog een wens.
Minstens zo belangrijk als juridische bijstand bij de uithuisplaatsing is het regelen van psychische hulp aan ouders als de uithuisplaatsing (onverhoopt) eenmaal een feit is. Hulp is hard nodig omdat ouders vaak het gevoel hebben helemaal alleen te staan. Ze schamen zich en kunnen vaak nergens terecht met hun onbeschrijfelijke pijn. De advocaat verdwijnt uit het zicht en de jeugdbeschermer houdt zich bezig met het kind.

Ouders blijven ouders van kinderen. Ze zijn weerloos en machteloos als hun kind niet meer bij hen is. Het verdriet is ongekend groot. Daarvoor is gedegen (rouw)hulp nodig. En die zou standaard moeten worden toegevoegd. Het is voor ouders vaak een te grote opgave om dit zelf te regelen. Zij zijn bezig met hun (rauwe) verdriet, de schaamte en het verwerken van wat er is gebeurd. We verwachten gek genoeg op zo’n moment dat ouders precies weten wat ze moeten doen en rekenen ze daarop moeiteloos af in onze evaluaties.

Het is afschuwelijk als niemand meer ziet dat je pijn lijdt. Het is ook echt afschuwelijk om je kind een paar uur per maand te zien en de opdracht te krijgen niets te zeggen dat er écht toe doet. Dat je ‘leuk’ moet zijn. En dat jarenlang. Het gevolg is dat de band tussen ouder en kind niet meer groeit. We zouden hier echt anders mee om moeten gaan.

Als ik iets geleerd heb de afgelopen 15 jaar dan is het dat als je kinderen wilt beschermen, je (ook) goed voor hun ouders moet zorgen.

 

 

 
 
 

Famke heette ze. Ze was pas 14 jaar. Haar vader bracht haar om het leven en daarna zichzelf. 1,5 jaar geleden verscheen er een rapport over haar. Conclusie: Elf instanties, waaronder de rechterlijke macht, de Raad voor de kinderbescherming, Jeugdbescherming, Veilig Thuis en alle hulpverlenende instanties bleven in gebreke om Famke te beschermen.

Onmacht. Zo noemde voormalig kinderrechter en Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld Corinne Dettmeijer-Vermeulen haar onderzoek. Het rapport is ontzettend waardevol om te begrijpen waar ouderverstoting over gaat. Er bleek te weinig kennis over ouderverstoting en de gevolgen ervan bij de instanties die zich met Famke bemoeiden. De zorgen van de moeder van Famke werden stelselmatig genegeerd.

Er is te weinig aandacht voor het rapport (geweest). De voorvallen erin zijn herkenbaar, net als het gedrag van moeder, van vader en van Famke. Maar ook het gedrag en de taal van de jeugdbeschermers, de Raad en de rechtbank. De onmacht die ik zelf in dossiers ook steeds tegenkom en zo goed herken.

Enkele bijzonderheden: vader had de regie over wat er gebeurde, niet jeugdbescherming, hij vervreemdde Famke actief van haar moeder. Hij werkte aan niets mee, al deed hij wel alsof. Moeder verloor het contact met Famke omdat Famke niet meer wilde. Niemand greep in, er werd ‘rust’ geadviseerd en geen dwang tot contact. Mr. Dettmeijer geeft terecht aan dat dat averechts werkt en verwijst naar de aanbevelingen van het Expertteam Ouderverstoting.

Het rapport geeft heel goed weer dat alleen kindsignalen, of juist het ontbreken daarvan, niet doorslaggevend zouden moeten zijn in hoe te handelen. Oudersignalen, het gedrag van een ouder, zou veel meer in ogenschouw moeten worden genomen. Tijd was een kritische factor in het contact verlies. Tenslotte volgt uit het rapport dat professionals naar gewelddadig gedrag of onveiligheid zochten, terwijl de ongebruikelijke symbiose tussen kind en ouder juist de trigger had moeten zijn.

Dit stukje tekst is niet genoeg om het belang van dit rapport goed te duiden. Ik hoop dat jeugdbeschermers, raadsonderzoekers, medewerkers Veilig Thuis, rechters, advocaten en hulpverleners het willen lezen. Niet alleen de samenvatting, maar het hele rapport. Het is meer dan de moeite waard. Je zult terugdenken aan de ouders en kinderen die je zelf tegenkwam en waar je niet wist hoe te reageren. Of naar de ouders die je adviseerde een kind ‘rust’ te gunnen.

Ik was terughoudend het rapport te gebruiken vanwege de afschuwelijke dood van Famke. Dat was ‘een beetje dom’. Het rapport is ontzettend leerzaam. De omstandigheden rondom ouderverstoting worden uitstekend beschreven. Omstandigheden die we allemaal maar al te goed herkennen. Als je iets doet deze maand om beter te worden in je werk, lees dan dit rapport. Doe het voor alle kinderen die we kennen die (zonder goede reden) maar van één ouder mogen houden.

Geef ze de andere ouder terug.

 

 

 
 
 

Ik herkende ze niet, die staatsontvoeringen. Ik heb in 15 jaar familierecht nooit meegemaakt dat een uithuisplaatsing volledig uit de lucht was gegrepen. Wel ben ik een groot voorstander van ‘zoveel als mogelijk thuis’.

Ons kantoor staat nu een aantal ouders bij in hun wens hun kinderen weer thuis te krijgen. We onderzoeken in ieder dossier heel nauwkeurig alle beslissingen, alle momenten van verlenging en ook de inzet van hulpverlening om een goed beeld te krijgen van wat er is gebeurd en om te zien wat er nu nog kan. Het beeld dat ontstaat is ontluisterend.

In alle gevallen is de uithuisplaatsing (hoe pijnlijk ook) begrijpelijk geweest. Maar, en die maar is heel groot, wat er vervolgens is gebeurd is ongelooflijk triest. Er is alleen gefocust op het kind en er is nauwelijks hulp geboden aan ouders. Alsof je een kind uit een zinkende boot haalt, en zijn ouders erin laat zitten.

Ouders die ongenadig in de problemen zaten. Er werd hen vooral verteld wat te doen, maar er is nauwelijks hulp geboden bij hoe dit te realiseren. Als die ouder dan eindelijk aan de voorwaarden voldeed, kwamen er steeds weer voorwaarden bij. Duidelijk is dat er vanuit de jeugdbescherming weinig vertrouwen is in deze ouders en dat dit vertrouwen ook niet groeit.

We zien ook dat er heel weinig ruimte is voor omgang, soms maar een uur per maand en soms zonder goede reden jarenlang onder begeleiding. Veel kinderen geven aan hun ouders meer te willen zien. Als er gevraagd wordt om meer omgang, is dat zeer beperkt mogelijk. Ouders die een half uur extra krijgen zijn geen uitzondering.

De vraag rijst dan wie zich dit aan moeten trekken. Ten eerste de jeugdbescherming. Zij hadden veel meer op hulp aan de ouders in moeten zetten, meer moeten investeren in het vertrouwen in hen, in plaats van dit ongebreideld van ouders in een heel kwetsbare positie te vragen. Op de tweede plaats de rechterlijke macht, die in veel gevallen jeugdbescherming zonder (zeer) kritisch te zijn op de hulp die aan ouders werd geboden, volgden. Maar ook advocaten lieten in zaken na goed schriftelijk verweer te voeren. Van reële rechtsbescherming was soms nauwelijks sprake.

Ik besef goed dat ik maar een beperkt aantal zaken zie. Toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat er grote gemene delers zijn. Tegelijkertijd vraag ik me af of dit beeld niet voor heel veel jeugdzaken (ook buiten de toeslagenaffaire om) geldt. Het vraagt mijns inziens om veel meer dan alleen een rechterlijke macht die zichzelf onderzoekt naar aanleiding van deze afschuwelijke affaire. Het vraagt om veel breder en diepgaander onderzoek. Naar de rol van de jeugdbescherming, de rechterlijke macht, maar ook de advocatuur.

Een onafhankelijk onderzoek dat niet bedoeld is om ‘de schuld’ ergens neer te leggen, maar om kinderen en ouders, (veel) meer recht te doen. Als je kinderen wilt beschermen, moet je ook hun ouders beschermen. Zij moeten, en zo snel als mogelijk, ook uit die zinkende boot worden getild.

 
 
 

De week van de pleegzorg zou eigenlijk de week van de pleegóuder moeten heten. Goede pleegzorg staat of valt met goede pleegouders. Pleegouders die bereid zijn om voor een kind te zorgen dat hulp nodig heeft.

Dat is een zware, en soms ondankbare taak. Het zijn vaak kinderen die veel hebben meegemaakt. Dat brengt soms ingewikkelde opvoedproblemen met zich mee. Niets is meer waardevol dan de inzet en liefde voor deze kinderen. Vaak gaat het al snel beter met ze.

Dat deed me denken aan jou. Wat was je speciaal. Ik stond twee ouders bij met ieder hun eigen beperking. Ze wilden heel graag voor hun pasgeboren dochtertje zorgen, maar dat vond de rechter niet goed. Om zeker te weten dat ze dat ook echt niet konden, vroeg ik de rechter direct een uitgebreid onderzoek te doen. De rechter wees dat gelukkig toe. Ik vroeg jou je zo ruim als mogelijk op te stellen om ouders hun kind te laten zien en te laten kennen.

Jij ondersteunde die diepgevoelde wens van ouders waar mogelijk. Toen jeugdbescherming niet aan een ruime zorgregeling mee wilde werken, schreef je in navolging van mijn verzoek aan de rechter een eigen brief waarin je prachtig beschreef hoe belangrijk de ouders en het contact daarmee voor het babytje waren. De rechter stelde een ruime zorgregeling vast. Ik vond en vind je een held. Ouders voelden zich zó gesteund door jou. Vertrouwden jou vanaf dat moment ook meer dan wie ook.

Hoewel we eigenlijk al wisten dat ouders waarschijnlijk niet voor hun kind konden gaan zorgen, was het onderzoek voor hen van wezenlijk belang om te kunnen accepteren dat dat zo was. Jouw steun in die hele moeilijke tijd was voor hen onontbeerlijk. Hun kindje kon zich niet alleen aan jou hechten, ouders kregen ook die kans. En hoe helpend was dat voor hun toekomst.

Ik krijg nog steeds, na jaren, ‘updates’ van deze ouders hoe het met hun meisje is. Die koester ik. Ik hoor dat jullie verjaardagen samen vieren en ouders minstens iedere week een gezellige activiteit met hun kind ondernemen. Soms ga jij, samen met hun dochter, bij ouders logeren. De erkenning die je deze ouders geeft is buitengewoon.

De foto’s die ouders me sturen zijn prachtig om te zien. ‘Happy family’ is meer dan eens het onderschrift. Het ontroert me keer op keer dat jij op die foto’s bijna nooit ontbreekt.

 
 
 

Vorige week schreef ik een lovend briefje aan een rechter die ingreep in een ouderonthechtingszaak. Zo gaat het echter niet altijd. Zelfs niet bijna. Ik dacht gelijk aan u. En aan mijn cliënt die u aantrof in de rechtbank.

U startte de zitting met een mededeling. U wilde niet terug kijken, alleen vooruit en vroeg ouders hetzelfde te doen. Mijn cliënt, vader van twee kinderen die hij maar heel weinig zag, keek me onzeker aan. Ik knikte geruststellend, hoewel ik in mijn hoofd door de grond begon te zakken.

Ik had een omvangrijk processtuk ingediend. Het beschreef de historie tussen ouders onderbouwd met bewijsstukken van hulpverleners, school, huisarts en bso. Uit dat bewijs volgde onomwonden dat er sprake was van ouderonthechting. Mijn cliënt werd al drie jaar kunstmatig op afstand gehouden en zijn kinderen lieten steeds meer afwijzend gedrag zien. Het was schrijnend om te zien. Ook vanaf de zijlijn.

U ging aan het hele stuk voorbij. U zei simpel: wat gaan we eraan doen zodat u hier niet weer komt? Vindt u niet dat u moet stoppen met het conflict opzoeken? Ik voelde hem al aankomen. Zonder u in de achtergrond te verdiepen zou u ouders nog eens een rondje hulpverlening aanbieden. Hulpverlening die nergens toe zou leiden, zo wisten we inmiddels.

Ik protesteerde luid. U keek me boos aan en maande me mijn mond te houden. Ik protesteerde nog eens. Ik vroeg u u te verdiepen in de achtergrond van het probleem. Verder te kijken dan de oppervlakte. Ik hoopte tevergeefs dat u aandacht zou besteden aan de positie van vader. U ging aan mijn protesten voorbij. U zag twee ruziënde ouders en meer wilde u niet zien.

Wat u niet wist en wat ik u niet kon vertellen was dat deze vader aan had gegeven dat als u nu opnieuw niet in zou grijpen, hij het op zou geven. Hij was al drie jaar bezig en kon niet langer aanzien hoe zijn kinderen door het gedrag van hun moeder steeds meer bekneld raakten. In de war raakten. Deze vader vond dat het afgelopen moest zijn. Zijn kinderen verdienden beter. Ook als dat betekende dat hij ze niet meer kon zien. Hij wilde geen onderdeel meer zijn van de mishandeling die zijn kinderen onmiskenbaar ondergingen. Het was genoeg geweest.

En zo geschiedde. Vader was er kapot van. Ik ook. Iedere keer wanneer dit gebeurt, klimmen in mijn hoofd de kinderen op een muurtje. Dat muurtje zit inmiddels bomvol met kinderen die het contact met een ouder hebben verloren. Zo heeft iedere advocaat zo’n muurtje.

Is dat uw schuld? Zeker niet. Deed u iets om dat te voorkomen? Dat ook niet. Uw weigering naar het verleden te kijken is kwetsend. Uw weigering relevante bewijsstukken te beoordelen een rechter onwaardig. Het voelt voor deze ouders alsof zij rechteloos zijn. U houdt daarmee een systeem in stand dat zeer schadelijk is voor kinderen. U zou zich dat aan moeten trekken. Het is uw taak deze zaken te herkennen. Het is uw taak verschil te maken.

Het houdt immers niet op. Niet vanzelf.

 
 
 

Ik was verrast toen ik u zag zitten. Een andere rechter dan aangekondigd. ‘Fijn’, dacht ik direct. Ik ken u als een rechter die altijd, ieder dossier, van top tot teen kent. U kent de details en weet piekfijn waar de pijn zit. Dat was dit keer niet anders.

U draaide er dan ook niet om heen. ‘Waarom vindt u dat de kinderen niet naar vader toe kunnen?’ ‘Vindt u dat u hen genoeg stimuleert om te gaan?’ ‘Wat is er mis met meneer?’ ‘Heeft u die diagnose zelf gesteld?’ ’Heeft uw coach meneer ook onderzocht?’ ‘Vindt u dat de coach van meneer u ook mag diagnosticeren?’ ‘Wat is de oplossing volgens u?’ ‘Experts vinden rust voor de kinderen juist geen goede oplossing. Vindt u dat we naar hen moeten luisteren? ‘Wat gebeurt er als ik wat meneer wenst toewijs?’

Ik moest mezelf even knijpen en hoopte dat ik niet met open mond had zitten luisteren. Ik keek mijn cliënt aan, hij mij. Ik zag voor het eerst in twee jaar iets van hoop in zijn ogen. U vroeg nog meer details en langzaam werd duidelijk dat er iemand in die rechtszaal zat te jokken. De rechter had niet één keer het woord ‘ouderonthechting’ in de mond genomen, en toch stond het levensgroot in de rechtszaal.

‘Mr ter Avest, u heeft gesteld dat moeder de kinderen negatief beïnvloedt, kunt u mij uitleggen waarom u dat denkt?’ Ik schoof mijn pleitnota terzijde. Ik werkte al twee jaar aan dit dossier en ik kon deze vraag eenvoudig beantwoorden. Ik ging van de theorie van ouderonthechting naar de feiten, somde bewijzen op en duidde ze zoals ik dat al twee jaar deed. Ik eindigde met de hoop dat het niet zover zou komen dat de kinderen niet meer bij hun moeder zouden kunnen wonen. Ik vermeed zorgvuldig het woord kindermishandeling omdat rechters dat woord nu eenmaal niet graag horen.

U stelde eenzelfde vraag aan mijn collega. ‘Mr X, u stelt dat vader onveilig is voor zijn kinderen, kunt u mij uitleggen waarom u dat denkt?’ De collega haalde dezelfde redenen aan die we al zo vaak hadden gehoord. Toen stelde u twee simpele vragen: ‘waar zijn uw feiten? Ik zie geen bewijs van uw stellingen?’ De collega gaf aan dat het moeilijk te bewijzen was dat de kinderen het niet fijn hadden bij hun vader. ‘De school zegt dat ze net zo graag hun vader zien als hun moeder’ zei u. En zo ging u nog even door.

Een paar weken later lag er een pracht van een beschikking in de bus die met één groots gebaar de ervaringen die ik dat jaar had opgedaan bij uw collega’s voor even teniet deden. Ik zag rechters die nog steeds niet in ouderonthechting geloven en rechters die nog maar eens een zoveelste rondje hulpverlening aanboden. Maar ook meer en meer rechters die klip en klaar schadelijk gedrag van een ouder afwijzen. Nog nooit zag ik het zo zorgvuldig en gedetailleerd gedaan als u het die middag deed.

Jaren geleden werd het schaap Dolly gekloond. We zijn nog niet aan rechters toe, maar als het zover is, dan geef ik u stiekem een duwtje naar voren.

 
 
 

In mijn hoofd zie ik je nog voor me, zittend op een paar koffers. Je was nog maar vijf jaar oud. Toen ik met deze briefjes begon wilde ik vijf delen maken. Ik zou beginnen bij ‘beste rechter’ en eindigen bij ‘beste ouder’. Maar al schrijvend zag ik jou steeds vaker voor me en wist ik dat er nog een deel zou komen. Alles draait immers om jou, al lijkt dat soms niet zo.

Drie jaar lang zat jij op die koffers te wachten. Ik kreeg dat beeld omdat mama zomaar naar Frankrijk verhuisde met jou. Papa wilde dat niet. Hij had ook altijd voor jou gezorgd en wilde dat blijven doen. Daar kregen ze ruzie over. En dat duurde maar liefst drie jaar. Dat is heeeeel lang. Zeker als je vijf bent. Al is dat natuurlijk al best oud.

Ik schreef zeven stukken over jou, al kende ik jou niet en zag ik je nooit. Ik schreef waarom je niet mocht verhuizen en waarom papa echt heel belangrijk voor je was. En ik schreef niet alleen. Er was nog een advocaat die schreef, een Raad voor de Kinderbescherming die schreef, twee gezinsvoogden en drie hulpverleners die schreven. Twee mediators die praatten en maar liefst 16 rechters die over jou beslisten. Al die tijd zat jij op die koffers te wachten. Uiteindelijk beslisten ze allemaal dat jij niet mocht verhuizen en dat papa en mama voortaan samen voor jou moesten zorgen en samen over jou moesten beslissen.

Het is best gek dat al die mensen het beste wilden voor jou en dat jij toch meer dan drie jaar op die koffers zat. Het ging in die tijd niet zo goed met jou. Daar schaam ik me nog steeds een beetje voor.
De rechters vonden dat er, voor ze konden beslissen, eerst hulp moest komen voor papa en mama. En dus bleef jij wachten, terwijl papa en mama bij de hulp verder ruzieden. Wat ik me destijds te weinig besefte is dat éérst hulp aan papa en mama niet per se goed was voor jou. Misschien was snel beslissen, zodat jij wist waar je aan toe was, achteraf bezien toch beter geweest.

De afgelopen weken schreef ik aan iedereen een briefje, hoe we het misschien in de toekomst beter kunnen doen voor meisjes zoals jij. Ik vroeg rechters slagvaardiger te zijn, zodat er sneller kan worden beslist. Ik vroeg advocaten zorgvuldiger te zijn, zodat we dingen oplossen in plaats van soms erger maken. Ik vroeg jeugdbeschermers alles te doen om jou te beschermen en de Raad om nauwkeuriger te kijken naar wat er nodig is voor jou. Ik vroeg je papa en mama lief te zijn voor jou en voor elkaar.

Maar weet je wat ik na al dat schrijven het moeilijkste vind, lieve X? Dat ik niet weet of we het beter gaan doen. Dat ik jou zo graag die belofte wil doen, maar het steeds moeilijker vind om te vertrouwen op de mensen die hierover gaan. Iedereen zegt het beter te weten, maar het wordt niet echt beter. Niet voor jou. De belangrijke jaren dat jij op die koffers zat krijg jij immers nooit meer terug.

Het moet echt anders. Beter. En het beste moment voor ons allemaal om naar onszelf te kijken, opnieuw te beginnen en het beter te doen, is nu.

 
 
 

Een boze meneer belde. Zijn kinderen had ie al een jaar niet gezien. Of ik hem wilde bijstaan in zijn grote wens om weer contact te krijgen met hen. Hij wilde er alles voor doen. Ik vroeg hem waarom hij zijn kinderen niet meer zag. Hij gaf aan dat dat volledig te wijten was aan zijn ex. Die zou hem niet meer willen als vader. Ja.. hij had zelf ook wel wat ‘akkefietjes’ gehad, maar dat mocht geen naam hebben. Bovendien was de helft geseponeerd.

Ik zei: ‘eh… geseponeerd?’ Ja, hij had wat rotzooi bij zijn ex in de auto gegooid en nog wat ‘dingen’ gedaan, maar wat haar nieuwe vriend bij hem had gedaan, het was verschrikkelijk. Hij moest in november nog wel voorkomen voor 9 ‘feitjes’, maar er was geen bewijs tegen hem, dus dat was geen probleem.

Ik zei hem dat ie ook de keus had bij de rechter op te biechten wat ie had gedaan en zijn excuses aan kon bieden om er zo een streep onder te zetten. De schok aan de andere kant van de lijn was bijna te groot. ‘Maar er was geen bewijs… hij zou wel gek zijn’. Hij had geleerd te zwijgen. Ik was wel een hele rare advocaat met zo’n bizar advies.

Ik zei hem dat hij het natuurlijk helemaal zelf moest weten, maar dat ik zeker wist dat een familierechter meer onder de indruk zou zijn van iemand die zijn zonden had opgebiecht dan iemand die zegt dat zijn zaken zijn geseponeerd. Dan gelooft die rechter hem wellicht als ie zegt dat ie zijn leven wil beteren. Bovendien, en dat is misschien nog wel belangrijker, geef je het goede voorbeeld aan je kinderen. Die twee waarvoor hij net had gezegd ‘alles’ te willen doen.

Na nog wat tegengestribbeld te hebben hing de man geheel verward en gedesillusioneerd op. Hij begreep niks van wat ik voorstelde, maar twijfelde wel. Hem was verteld dat ik een goede advocaat was en wat ik hem zojuist had verteld paste totaal niet in dat beeld. Een goede advocaat zorgt dat je buiten schot blijft. Die hoort niet te zeggen dat je de waarheid tegen een rechter moet vertellen of dat soort onzin.

Ik glimlachte toen ik mijn tas inpakte en naar huis ging. Ik wist dat ik de boze man geraakt had en dat ik hem weer zou spreken als er een bericht van de rechtbank kwam. Cliënten weten het feilloos wanneer ze je kunnen vertrouwen. Ze komen ook bijna altijd terug als je eerlijk tegen ze bent en ze de waarheid vertelt, ook al is dat niet direct wat ze willen horen. Een rechter de waarheid vertellen is voor deze man vandaag nog een wereldvreemd idee. Verantwoordelijkheid nemen voor zijn eigen idiote gedrag de ver-van-mijn-bed-show. En toch weet ik bijna zeker dat ie terug komt. Ik zal hem ook zeker bijstaan en ik weet ook zeker dat het dan lukt om het contact met zijn kinderen te herstellen.

‘De waarheid vertellen’, het blijft een bijzonder concept. Het heeft de laatste jaren enorm aan populariteit ingeboet. Een goede luisteraar herkent het direct en beloont het met respect. Tegen de waarheid vertellen kan bijna niets op. Als de boze man dat ontdekt komt het zeker goed.

 
 
 

De brieven die ik hier deelde over complexe echtscheidingen waren gericht aan professionals. Ik vroeg hen te reflecteren op hun aanpak. Ik ga jou vragen hetzelfde te doen.

Het is niet passend jou de maat te nemen over de situatie waar je in zit, dus dat ga ik niet doen. Dat doen anderen al genoeg. Het is een afschuwelijke situatie die heel ontwrichtend is. De meeste ouders die ik spreek willen deze situatie niet. Ze zijn er soms onbewust wel (mede) oorzaak van.

Het eerste advies dat ik doorgaans geef is: leun eens achterover, doe eens helemaal niets. Ga eens niet in op beschuldigingen. Zeg gewoon: ‘ik vind het naar dat je dit zegt, ik deel je mening niet’. Houd daarbij je eigen mening over de ander voor jezelf. Het is lastig ruziën in je eentje.

Mijn tweede advies is: respecteer je ex-partner in de rol van andere ouder, óók als je jezelf niet gerespecteerd voelt. Jij bent hét voorbeeld dat je kind zijn hele leven met zich mee blijft dragen. Jij kiest hoe dat voorbeeld eruit ziet. Dat kan een boze ouder zijn, of eentje die begrip toont voor de andere (boze) ouder en daarmee gaat dealen.

Ik leerde al snel wat ik moest doen om mijn ouders niet nog meer stress te bezorgen

Een ouder is zo gelukkig als zijn verdrietigste kind, zeggen ze weleens. En als jij in een complexe scheiding zit, is je kind verdrietig. Op mijn eerdere posts ontving ik veel reacties van volwassenen die deze situatie als kind meemaakten. Ik deel er twee:

‘Ik leerde al snel wat ik moest doen om mijn ouders niet nog meer stress te bezorgen. Ik paste me continue aan. Mijn eigen behoeften heb ik in die jaren nooit leren ontdekken. Hier heb ik nog steeds veel last van.’

‘Ze maakten geen ruzie, maar zwegen. Ik heb nog jaren, zo tot mijn 25e, buikpijn gehad op zondag, omdat dat de dag was dat ik van mijn moeder naar mijn vader ging. Het was alsof dat ritme zich in mijn lichaam had genesteld. Ik heb het mijn ouders nooit verteld.’

Het is heel verdrietig te beseffen dat dit het gevolg is. En het klopt, (heel) soms is er sprake van psychische problematiek bij de ander. Maar juist dan past het ook om begrip te hebben, de minst belastende ouder te zijn, zoveel als je kunt.

Een ander inzicht dat ik mijn cliënten met enige regelmaat meegeef is dat we (ook ik) de splinter in het oog van de ander soms beter zien dan de balk In het eigen oog. Onderzoek dat idee eens. Als je alles voor je kinderen wilt doen, zoals de meesten van ons, sta dan open voor het idee dat het niet alléén aan de ander ligt.

Tot slot: het grootste cadeau dat je je kind kunt geven is de andere ouder blijvend liefhebben. Met al zijn tekortkomingen. De andere ouder negeren of als grote schuldige aanwijzen maakt je kind niet gelukkiger.

Als je nu denkt: ‘ik hoop dat mijn ex dit leest’, dan heb je mijn post niet goed begrepen. Als je nu twijfelt en denkt: ‘zou er iets in zitten?’ Dan verdien je zonder meer een diepe buiging, óók als het op jou niet van toepassing is. Twijfel is vaak het begin van wijsheid.

Ik wens je dat, maar vooral ook veel sterkte toe.

 
 
 

Ik schrijf dit briefje niet aan uw medewerkers, maar aan u. Bij u ligt de eindverantwoordelijkheid voor de belangrijkste taak in conflictscheidingsland. Hét onderzoek waarop alles wordt gebaseerd. Rechterlijke uitspraken, hulpverlening en hoe we aankijken tegen kinderen en ouders.

Ik wil graag drie wensen aan u kenbaar maken. Mijn eerste wens is dat u direct stopt met ouders ‘cliënten’ te noemen. Dat zijn ze niet. Ouders en kind zijn het onderwerp van onderzoek, noem ze dan ook zo. U heeft vergaande dwingende bevoegdheden die u ook tegen hen gebruikt, dat verhoudt zich niet met de term cliënt. Die term schept verwachtingen bij ouders, maar geeft ook een oneigenlijke opdracht mee aan uw medewerkers. Uw cliënten zijn de rechtbank, de GI en de Staat. Daar hoort geen misverstand over te bestaan.

Mijn tweede wens zou zijn dat u wérkelijk aan onderzoek en waarheidsvinding gaat doen. Dat u stopt met alleen een ‘meningencarroussel’ ten grondslag te leggen aan uw soms zeer verstrekkende adviezen. Die adviezen (waaronder uithuisplaatsingen van kinderen) alleen baseren op meningen kan echt niet. Alleen ouders, kind, school, huisarts en hulpverlening bevragen is onvoldoende. Onderzoek impliceert dat u alles wilt weten. Meningen, maar vooral ook feiten. Vervolgens dient u de verkregen informatie te toetsen, zoals het een ware onderzoeker betaamt.

Mijn derde wens is dat u gaat begrijpen wat hoor en wederhoor is. Uw onderzoek is al afgerond vóórdat u ouders laat weten wat er in de meningencarroussel over hen is gezegd. U noemt het nog wel ‘concept’ maar wijzigt alleen nog feitelijke onjuistheden. Dat is wat mij betreft niet juist. Hoor en wederhoor impliceert dat u de mening (en eventueel tegenbewijs) van ouders over wat anderen over hen zeggen meeneemt in uw onderzoek én in uw advies. Die stap slaat u volledig over. U voegt de schriftelijke mening van ouders toe aan uw onderzoek en miskent daarmee het principe van hoor en wederhoor ín uw onderzoek volledig.

Rechters, maar ook advocaten, herkennen een goed uitgevoerd onderzoek direct en zullen daar zonder meer naar handelen. Ik als advocaat kan een ouder dan ondersteunen bij het accepteren van uw adviezen waardoor de gang naar de rechter eenvoudiger wordt. Als het een gebrekkig onderzoek betreft kan ik dat niet en moet ik de ouder gaan ondersteunen in datgene wat tijdens het onderzoek al had moeten gebeuren, namelijk hoor en wederhoor. Mijn collega aan de andere zijde doet hetzelfde omdat ook die ouder tijdens het onderzoek onvoldoende is gehoord. Ouders komen dan (weer) lijnrecht tegenover elkaar te staan.

Ouders zijn verreweg het meest belangrijk voor de kinderen die u beschermt. Zij hebben ook de meeste invloed op het welzijn van hun kinderen. U hoeft het niet met hen eens te zijn, maar u zou hun mening over wat er óver hen gezegd wordt veel serieuzer moeten nemen. Pas dan heeft u voldaan aan hoor en wederhoor. Pas dan beschermt u kinderen écht.